Een
branddriehoek beschrijft de 3 elementen waaruit een vuur bestaat:
brandstof, zuurstof en de ontbrandingstemperatuur. Als je één van deze
elementen weghaalt, is er geen vuur mogelijk. Dit lijkt een theoretisch
verhaal, maar het is erg handig om in de gaten te houden bij het
opbouwen, aansteken, brandend houden en uitmaken van een kampvuur.
Een aantal voorbeelden:
Belangrijk bij het kiezen van een kampvuur plaats zijn:
Als
eerste kijk je natuurlijk goed, waar je kamvuur gaat maken. Je kunt
namelijk niet midden in een hele droge zomer, midden in het hoge gras
een kampvuurtje gaan maken, want reken er maar op dat binnen de kortste
keren, als je je kampvuurtje aan hebt, het hele weiland met gras zwart
ziet van de verbrande grassprietjes.
Belangrijk voor de grond is:
Stel nu je bent ergens op een kampplek, en ’s avonds wordt het daar wel erg koud, dan is het lekker dat je een vuurtje kunt maken. Maar mocht het nu heel hard waaien dan wil je wel graag een vuurtje kunnen maken. Daarom is het handig om rekening te houden met de wind. Denk er aan dat je met je rug naar de wind toe gaat zitten als je het vuur probeert te maken. En liever nog, graaf een kuiltje in de grond, waarin je het vuur stookt. Zo kan de wind er moeilijker bijkomen en kun je dus sneller een mooi kampvuurtje maken.
Wat zijn brandpreventiemaatregelen?? Brandpreventiemaatregelen is een heel mooi woord om te zorgen dat je van te voren rekening houdt met mogelijke brandgevaarlijke plekken rondom je kampvuurplek. Een aantal dingen waar je rekening mee moet houden dus:
Soorten vuren
Op het plaatje hiernaast zie je een pagodevuur. Een pagodevuur bestaat uit een binnenstapel en een buitenstapel. Je bouwt eerst de binnenstapel op. Dit is een soort piramidevuur. Je bouwt de houtjes, in de vorm van een piramide op van kleine houtjes naar steeds grotere houtjes. Eromheen pak je grotere blokken hout, en die leg je in een vierkant om je piramide heen. Dit hoeft niet groot te zijn, maar wel voldoende ruimte, voor de zuurstoftoevoer.
Dan
steek je het vuur aan, en je zorgt dat het goed aan is. Als het goed
aan is, bouw je met nog meer vorse blokken je muur om het piramidevuur
heen af, en je hebt een pagodevuur. Zorg wel dat de muur met grote
blokken ook een beetje toeloopt naar boven toe, anders branden de
bovenste blokken niet goed.

Pagodevuur
Een stervuur is oorspronkelijk bedoeld voor het braden van eten. Je kunt er namelijk gemakkelijk een spit boven bouwen of zetten om bijvoorbeeld een lekker kippetje te braden, omdat het vuur zo laag is. Het opbouwen van een stervuur is niet moeilijk. Het is de bedoeling dat je in het midden een kleine ruimte creeert waar je het vuur aan kan steken. Dit moet goed kunnen branden. Daarom heen leg je, blokken, liefst van gelijke grotes in de vorm van een ster. (zie plaatje) Dan is het zaak om het stervuur aan te steken, die moet met droog hout gebeuren, anders krijg je het niet aan. Belangrijk is ook, dat je dit met goed weer probeert te doen, want met slecht weer heb je weinig kans van slagen.

Stervuur
Belangrijk bij een tafel vuur is, de tafel! Dus eerst maak je een tafel. Dit doe je door vier pionierpalen van 2 meter in de grond te slaan in een rechthoekige vorm. Daaraan vast sjor je de lengtebalken vast en daarna sjor je de breedtebalken op de lengtebalken aan de vier palen vast. Dit is belangrijk want, mocht het uit de hand lopen, dat je vuur te groot is, en de sjorring brandt door, dan kan deze nog steunen, en blijft het tafelblad liggen! Daartussen moet een tafelblad passen, dus houdt daar rekening mee. Op het tafelblad maak je een bed van zand, en het lieft van graszoden, maar meestal heb je die niet zo bij de hand. Daarop kun je dan je vuurtje maken. Je mag zelf kiezen welk vuur er gemaakt wordt.


Tafelvuur
Als
je een groot vuur hebt gemaakt wat al lang brand, heb je een vuur niet
zomaar met een emmertje uit gegooid. Het is belangrijk dat je je daar
ook van bewust bent.
Hoe maak je zo’n vuur dan wel goed uit? Een
groot vuur, heeft in het midden gloeiende koolachtige stukken hout. Dat
zijn blokken die zo heet zijn geworden, dat ze helemaal gloeien. Die
stukken krijg je niet zomaar uit. Dus als eerste spreidt je het vuur
uiteen. Met een stuk lang hout, niet met je schoenen! Daarna gooi je er
een stuk of 5 emmers water overheen. Dit geeft veel rook en houdt daar
rekening mee. Dan zal het nog een beetje naroken, en kijk dan dus goed
of het vuur uit is. Zo niet, dan zoek je een hoop zand, en gooi je dat
over je stookplaats heen. Zodat er geen zuurstof meer bij het vuur
komt. Als het opgehouden is met roken, dan pas is het vuur goed
uitgemaakt!
Voor meer informatie over het maken van kampvuur, kun je terecht op de volgende pagina's.