Er zijn een aantal knopen die heel vaak gebruikt worden. Deze knopen noem je basisknopen en hieronder vind je er een aantal.
Voordat je een touw gebruikt moet je ervoor zorgen dat de uiteinden niet gaan rafelen. Dit doe je door een zogenaamde takeling te maken aan ieder eind van het touw.
De beroemdste knoop is misschien wel de platte knoop. Je gebruikt hem om twee touwen van gelijke dikte aan elkaar te verbinden.
Een variant op de platte knoop is het oud wijf. In plaats van links over rechts en dan rechts over links doe je twee keer hetzelfde. Het oud wijf is echter minder stevig en betrouwbaar dan de platte knoop.
De schootsteek gebruik je om twee touwen van verschillende dikte of verschillend materiaal aan elkaar te verbinden. Op de tekening hieronder zie je ook een variant, de dubbele schootsteek, voor nog meer stevigheid.
De timmersteek wordt gebruikt om een touw stevig aan een boom te binden of om een diagonaalsjorring te beginnen. Je ziet hieronder de timmersteek los, zonder paal of boom.
Je gebruikt de paalsteek om een niet schuivende lus in een touw te leggen. Deze knoop wordt veel gebruikt om boten aan de kant vast te leggen.
Om een (kruis)sjorring te beginnen of te eindigen gebruik je vaak de mastworp. Deze knoop is minder geschikt om bijvoorbeeld een boot vast te leggen, omdat hij als de spanning eraf is gauw losgaat.